Hoe ongemakkelijk en pijnlijk het soms ook is: praat over de dood, vraag ernaar

‘Met een zwarte sluier had ik aan de wereld
willen communiceren dat ik in rouw was’

ARTIKEL – Het interview van prins Harry over de dood van zijn moeder heeft veel losgemaakt. Mirthe Berentsen, die eveneens op jonge leeftijd haar ouders verloor, pleit voor erkenning dat het rouwproces meer tijd en aandacht nodig heeft.

Door: Mirthe Berentsen – Volkskrant – 13 mei 2017

Vorige maand gaven de Britse prinsen William en Harry in twee openhartige interviews toe dat ze te weinig hebben gesproken over de dood van hun moeder, twintig jaar geleden. Prins Harry vertelde over zijn worsteling met depressie en de therapieën die hij heeft gevolgd om over het verlies van Diana heen te komen. Want hoe doe je dat eigenlijk, rouwen? Als je probeert volwassen te worden, door te gaan, te werken, te studeren en lief te hebben? Het interview ontketende een storm aan reacties in Engeland en kwaliteitskranten wierpen de vraag op: hoe moeten jonge mensen de dood verwerken en krijgen ze genoeg hulp?

Er zijn momenten geweest dat ik
verlangde naar een zwarte sluier

Die vraag is terecht. Op jonge leeftijd omgaan met rouw is een constant gevecht met jezelf en de verwachtingen van je omgeving. Een gevecht waar deze samenleving nauwelijks op is ingericht. Zelf heb ik op jonge leeftijd mijn beide ouders verloren. Mijn vader overleed bijna acht jaar geleden, toen ik net 25 was, twee jaar geleden verloor ik mijn moeder. Er zijn momenten geweest dat ik verlangde naar een zwarte sluier of stip op mijn hoofd, die voor mij met de wereld zou communiceren dat ik in de rouw was. Dat ik even niet mee kon doen met jong en zorgeloos zijn.

Zoals die dag dat ik in de bus stapte onderweg terug van het ziekenhuis, mijn portemonnee vergeten was en niet mee mocht van de buschauffeur. Toen ik moest huilen en hij dacht dat het een truc was om gratis de bus in te komen. ‘Daar trap ik dus mooi niet in jongedame.’ En ik een uur naar huis moest lopen terwijl ik het laatste restje energie al in het ziekenhuis had achtergelaten. Dat die zwarte sluier hem dan zou vertellen dat mijn verdriet zoveel groter was dan de noodzaak van een buskaartje. Omdat ik nog enveloppen moest regelen en de adressen achterhalen van mensen die boos zouden worden als ze geen rouwkaart hadden gekregen en dat die vrouw van de Dela er over een uur al zou zijn om de koeling onder de kist te controleren.

Als ik ergens mee kan helpen
dan laat je het wel weten hè

Ontwijken

In het schemergebied tussen leven en dood moest ik elke dag beslissingen voor de eerste keer nemen. Meer of minder morfine, pijn of bewustzijn en uiteindelijk: thuis opbaren of niet, houten kist of rieten kist. En later: ouderlijk huis verkopen of er zelf in wonen, dagboeken van mijn ouders lezen of niet?

‘Als ik ergens mee kan helpen dan laat je het wel weten hè’, is de zin die me het meest heeft teleurgesteld. Ik was zo moe, moest zoveel regelen en had geen idee waar ik überhaupt behoefte aan had. Laat staan dat ik iemand anders kon vertellen wat te doen. Andere vrienden en familie ontpopten zich tot helden, omdat ze gewoon kwamen opdagen. Of opeens met een aanhanger voor de deur stonden van het huis van mijn ouders, dat nu opeens van mij en mijn zusje was, met de vraag wat naar de stort kon. De deur van de buren ging nooit op slot, zodat we altijd naar binnen konden voor thee of een knuffel. Een vriendin: ‘Ik zit in de trein met wijn en boodschappen en kom voor jullie koken.’

Blijkbaar bestaan er ongeschreven
rouwnormen waarvan ik niets wist

Maar veel mensen in mijn omgeving wisten niet wat ze moesten zeggen. Ze ontweken mij en het gesprek, alsof mijn verdriet besmettelijk zou zijn. Of nog erger, ze zeiden dat ze heel goed begrepen hoe ik me moest voelen omdat hun kat of hun opa van 91 ook was overleden. Een vriendin vond – twee maanden na de dood van mijn moeder – dat ik negatief was geworden. Niet vrolijk en ‘gewoon niet echt jezelf’. ‘Nogal f*king logisch’, wilde ik schreeuwen.

Blijkbaar bestaan er ongeschreven rouwnormen waarvan ik niets wist. Rouwen doe je namelijk wel, maar liever niet teveel en het liefste ook niet in het openbaar, zoals op school of op je werk. Maar op openbare plekken mag er weer wel gevraagd worden naar hoe het nu ECHT met je gaat. Zoals toen ik voor het eerst in maanden voorzichtig blij en aangeschoten op een feestje stond en een kennis naar me toe kwam: ‘Ik heb het gehoord, wat dapper dat je er bent. Ben je er al een beetje overheen?’ Ik zag hoe blij mensen reageerden als ik lachte of grapjes maakte. Soms deed ik alsof, opdat zij zich minder ongemakkelijk voelden en ik minder zielig leek.

Op de begraafplaats van mijn ouders staan veel kaarsjes die ook doen alsof. Het zijn led-grafkaarsen die het een jaar volhouden. Dat is net zolang als er voor de periode van rouw stond in de eerste uitgave uit 1980 van de DSM, het grote boek met alle psychische aandoeningen.

DSM-V

In de laatste uitgave, de DSM-V, staat dat als er na twee weken niets verandert aan je verdriet, de rouw kan worden behandeld als een depressie. De DSM probeert onderscheid te maken tussen verdriet en depressie, maar hoe verdriet een depressie wordt, is niet gespecificeerd. Rouw heeft veel overeenkomsten met een depressie; je kunt last hebben van stemmingswisselingen, je schuldig, terneergeslagen, boos, verward of juist opgelucht voelen. Het gevaar bestaat dat de symptomen van rouw te snel behandeld worden als een depressie en worden bestreden met medicatie. Bovendien blijkt uit Amerikaans onderzoek dat er vijfhonderd dagen na het overlijden een keerpunt ontstaat en rouwenden zich een stuk beter voelen dan daarvoor.

We leven in een tijd van optimalisatie en maakbaarheid. Een tijd waarin we gewend zijn geraakt aan snelle processen, direct resultaat en bovenal: altijd controle. Op mijn telefoon heb ik apps om me de weg te wijzen, calorieën te tellen, liefde te vinden, mijn menstruatie en hartslag bij te houden en een app die me laat zien hoe ik eruit zie als ik ooit ouder word dan mijn ouders. Als de DSM iets glashelder laat zien dan is het hoe snel we zijn gaan geloven in de maakbaarheid van emoties. Maar bovenal hoe groot het maatschappelijke onvermogen is om rouw in al zijn facetten als een logische psychologische reactie op verlies te zien, als een proces dat vooral tijd en aandacht nodig heeft.

Sinds 2014 wordt rouwverwerking niet meer
automatisch vergoed door de zorgverzekeraar

Symbool

Na het maandenlange opruimen van de spullen van mijn jeugd en het huis klaarmaken voor de verkoop was het moment daar dat we de sleutel aan de nieuwe kopers moesten geven. Die sleutel stond symbool voor de enige plek waar ik nooit een alibi nodig had. Altijd welkom en altijd thuis. Vlak daarna besloot ik dat ik met iemand wilde praten, omdat de pijn van hun afwezigheid soms zwaarder woog dan hun sterfproces ooit had gedaan.

Sinds 2014 wordt rouwverwerking niet meer automatisch vergoed door de zorgverzekeraar en moet er sprake zijn van een DSM-V diagnose om daarvoor in aanmerking te komen. Dus noteerde mijn psycholoog dat ik een depressie had. ‘Maar ik ben vooral gewoon heel verdrietig’, sputterde ik. Ze verzekerde me dat ik door een heel gewoon rouwproces heenging en daarom niet dacht dat ik depressief was, en dat het bovendien zo ‘nou eenmaal wel vergoed werd en anders niet’. Dat stoorde me. Het doorbreken van het taboe rond psychische hulp is belangrijk, maar nog veel belangrijker is het om te erkennen dat het oké is om verdrietig te zijn en dat iemand verdriet heeft.

In Nederland bestaat er, in tegenstelling tot
veel andere landen, geen officieel rouwverlof

Rouwverlof

Hoeveel ruimte en tijd mogen we van onszelf geven aan de chaos van verdriet, eenzaamheid, woede, angst en machteloosheid? Een maatschappij die gericht is op optimalisatie heeft geen ruimte voor rouw. Rouwen kost tijd, en therapie kan je ondersteunen om je leven weer op de rails te krijgen. Willen we dood en verdriet bespreekbaar maken, dan moeten we allemaal even meedoen. Hoe ongemakkelijk en pijnlijk het soms ook is: praat erover, vraag ernaar. Een belangrijke taak is weggelegd voor bedrijven, scholen, verzekeringen en de overheid. Aan die laatste: doe in hemelsnaam iets aan de Jeugdwet. Doordat jeugdzorg is overgeheveld naar de gemeenten hebben jonge mensen onvoldoende toegang tot de juiste psychische hulp, mede door de lange wachtlijsten.

Dan het rouwverlof: in Nederland bestaat er, in tegenstelling tot veel andere landen, geen officieel rouwverlof. Wel kunnen werknemers via een calamiteitenverlof drie dagen vrij krijgen bij het overlijden van hun partner of directe familieleden en bieden veel cao’s een paar dagen extra verlof. Maar voor velen duurt rouw langer dan een paar dagen of weken. Het invoeren van heldere rouwprotocollen bij bedrijven en scholen zou een goede stap zijn. En als we toch bezig zijn: kan de rouwverwerking terug in de basisverzekering? Merci.

Het overlijden van een ouder
is als een rite de passage

Nalatenschap

Onderzoek naar psychische aandoeningen onder mensen die op jonge leeftijd een ouder hebben verloren laat tegenstrijdige resultaten zien. Aan de ene kant wordt gewezen op de enorme veerkracht en copingvaardigheden, aan de andere kant blijkt uit cijfers dat mensen die op jonge leeftijd een ouder verliezen, later drie keer meer kans hebben op depressies. Over een ding zijn alle onderzoekers het eens: als er met kinderen van jongs af aan open gesproken wordt over het einde van het leven dan kunnen ze beter omgaan met verlies in alle fasen van het leven. Mijn ouders zijn in hun opvoeding altijd heel open geweest over de dood. Overleden goudvissen, katten en konijnen werden begraven en uitgebreid herdacht. Het is een wrange nalatenschap, de veerkracht en rekbaarheid van mijn emoties die er nu voor zorgt dat ik beter kan omgaan met hun afwezigheid.

Het overlijden van een ouder is als een rite de passage waarmee je de ene groep verlaat om de andere groep te betreden. Ik ben nu 32 en troost me met het idee dat hoe ouder ik word, hoe groter mijn groep wordt. Uiteindelijk vind je troost in de herkenning. Op een gegeven moment zullen al mijn vrienden hun ouders verloren hebben en kunnen we samen huilen en grapjes maken over de veranderende kleuren van een dood lichaam en de belachelijke prijzen van kopjes koffie bij de uitvaart, terwijl we elkaar beloven om het leven zo hard mogelijk te leven.

Mirthe Berentsen (32) is schrijver, journalist en kunstcriticus.

Pin It on Pinterest

Share This